De Dienst Speciale Interventies (DSI) is in Nederland de overkoepelende dienst die de leiding heeft bij nationale operaties van de speciale eenheden van politie en defensie. De DSI is op 1 juli 2006 opgericht en is ondergebracht bij de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies van de Nationale Politie. De DSI is in staat om een snelle en adequate respons te geven bij een terroristische aanslag of andersoortige gewelddadige verstoringen van de openbare orde en veiligheid waarvoor de reguliere politie onvoldoende toegerust is.

Personeel van de DSI wordt – op vrijwillige basis – gerekruteerd uit de gelederen van politie en defensie. Ook vrouwen kunnen de opleiding volgen, door de zware fysieke eisen zijn er momenteel echter geen vrouwelijke operators actief binnen de DSI. De DSI heeft een grootte van ongeveer 600 militairen en agenten.Anti-terreurteams rijden permanent rond, NOS, 27 november 2015 Binnen de DSI werken politiemensen en militairen nauw samen, in geen enkel ander land vallen eenheden van zowel de politie als defensie onder hetzelfde commando. Al het operationele DSI-personeel dat vanuit het KCT of MARSOF gedetacheerd is bij DSI heeft de status van buitengewoon opsporingsambtenaar (artikel 142 Strafvordering). Politie- en KMar personeel is algemeen opsporingsambtenaar (artikel 141 Strafvordering)

Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 zijn de arrestatieteams van de politie onderdeel geworden van de DSI en worden deze aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s). Sindsdien zijn er binnen de DSI drie afdelingen; respectievelijk de Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's), de Afdeling Interventie (AI) en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO). Binnen de DSI neemt de Afdeling AOT grofweg 80% van de inzetten voor haar rekening.Justitiële verkenningen: Krijgsmacht en politietaken, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, jaargang 44, juni 2018

Geschiedenis Sinds de Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's) in 2013 onder het commando van de DSI werden geplaatst, opereren eenheden met een grotendeels onafhankelijke geschiedenis onder één commando. Daarom wordt bij de beschrijving van het verleden van de DSI onderscheid gemaakt tussen de respectievelijke geschiedenis van de Bijzondere Bijstandseenheden en de geschiedenis van de Aanhoudings- en Ondersteuningsteams.

Bijzondere Bijstandseenheden thumb|Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers tijdens een oefening op een NAM-olieplatform in 1990 In 1972 werd de eerste Nederlandse contraterrerreureenheid opgericht onder de naam Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M). Deze oprichting vond plaats naar aanleiding van het bloedbad in München van dat jaar, in combinatie met de toenemende terreurdreiging in geheel Europa gedurende de jaren '70. De leden van deze nieuwe eenheid werden geworven uit het Korps Mariniers.

In 2005 werd de eenheid hernoemd tot Unit Interventie Mariniers (UIM). In 2013 werd de eenheid met de oprichting van NLMARSOF wederom hernoemd, ditmaal tot M-Squadron. De benaming UIM is echter nog steeds in gebruik binnen de DSI en omvat M-Squadron en haar ondersteunende elementen.

In navolging van de oprichting van de BBE-M werden ook twee eenheden gevormd die bestonden uit langeafstandschutters: de BBE-Politie (BBE-P) en de BBE-Krijgsmacht (BBE-K). Personeel van de BBE-P werd uit de politie, waar BBE-K personeel uit de Nederlandse krijgsmacht werd gerekruteerd. De taken van de BBE-P en BBE-K werden met de oprichting van de DSI overgenomen door de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO).

In 2004 werd de BBE-Snelle Interventie Eenheid (BBE-SIE) actief. De BBE-SIE bestond uit personeel van zowel politie als krijgsmacht en fungeerde als snel inzetbare contra-terreureenheid. De taken van de BBE-SIE werden met de oprichting van de DSI overgenomen door de Afdeling Interventie (AI).

thumb|left|Aanhouding van drie verdachten van een vermeende gijzeling door het arrestatieteam in Haarlem, in 1995. Het lid van het AT is te herkennen aan de kenmerkende blauwe baret.

Arrestatieteam Eind jaren zestig ontstond er bij de Nederlandse politie behoefte aan eenheden die in staat waren om de gewelddadiger geworden criminaliteit het hoofd te bieden. In 1969 richtte de gemeentepolitie van Arnhem als eerste een Groep Bijzondere Opdrachten op. Bij diverse districten van de Rijkspolitie ontstonden vergelijkbare groepen. In 1973 kreeg een van die groepen het label arrestatieteam (AT). Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk tot het opzetten van de eerste opleiding voor AT’s bij de Rijkspolitie, in 1978. In 1979 stelden de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bij de Rijkspolitie vier en bij de gemeentepolitie in de grote steden zes AT’s in. De bijbehorende regelgeving bepaalde dat AT’s uitsluitend konden worden ingezet voor de aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten en uitsluitend met toestemming van de hoofdofficier van justitie. In 1975 richtte de Koninklijke Marechaussee (KMar) de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) op, primair voor het beveiligen van voornamelijk hooggeplaatste militairen en andere personen tegen wie er een dreiging was. In 1976 werd de BSB met 24 man operationeel. Die eersten werden opgeleid bij de GSG 9 in West-Duitsland.

Na de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 zijn de AT’s van de rijks- en gemeentepolitie gaandeweg gereorganiseerd in zes interregionale AT’s van de politie. In 1994 kreeg de BSB KMar de officiële status van AT en werd daarmee het zevende AT. Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 worden de politie AT’s officieel aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s) en zijn zij onderdeel van de DSI.

Oprichting en ontwikkeling DSI Een van de aanleidingen voor de oprichting van de DSI was de moeizame arrestatie van twee, inmiddels veroordeelde, leden van het terroristische netwerk de Hofstadgroep in Den Haag, eind 2004. Diverse speciale eenheden, waaronder de BBE-SIE, hadden de hele dag nodig voor de arrestatie van de verdachten. Bij de inzet schoot de onderlinge afstemming en coördinatie van procedures tussen de betrokken eenheden tekort.

Om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen, werd er, naar aanleiding van een (deels) vertrouwelijk advies van professor Cyrille FijnautDe Herinrichting van het Stelsel van Speciale Eenheden, Advies aan de Minister van Justitie, 25 mei 2004 en een deskundigenrapport vanuit het Openbaar Ministerie (OM), de politie en het ministerie van Defensie, door het kabinet-Balkenende II besloten om het oude Stelsel van Speciale Eenheden, de Bijzondere Bijstands Eenheid te herzien. Deze herziening kwam voort uit de wens en noodzaak om de eenheden binnen het stelsel efficiënter in te kunnen zetten en meer samenhang tussen de eenheden in het stelsel te creëren. Hierdoor zou een optimale inzet tegen de hedendaagse terreurdreigingen mogelijk moeten worden. De Tweede Kamer werd op 3 juni 2005 geïnformeerd over dit kabinetsstandpunt. Onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is de nieuwe dienst DSI in 2005 officieus van start gegaan. De officiële oprichting vond plaats op 1 juli 2006. Met de oprichting van de DSI werden er voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis politietaken samengevoegd met militaire taken.

In 2007 verscheen een rapport waaruit bleek dat de DSI kampte met een groot tekort aan personeel. Dit tekort werd deels veroorzaakt doordat relatief veel personeel de dienst verliet. Reden van vertrek betrof veelal een te beperkte inzet van de dienst.Problemen voor anti-terreureenheid, de Volkskrant, 14 september 2007 Desalniettemin concludeerde de Commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden in haar rapport dat er vertrouwen was in het stelsel en dat het stelsel in algemene zin aan zijn doel beantwoordde. De commissie was enthousiast over de samenwerking tussen politie en militairen.Advies van de Commissie ter Evaluatie van de Herinrichting van het Stelsel van Speciale Eenheden, Advies aan de Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie, 22 april 2008

In 2015, na de aanslag op de redactie van het Franse magazine Charlie Hebdo, ontstond de behoefte aan snellere en meer flexibele inzet van speciale eenheden in Nederland. Als reactie hierop werden de Rapid Response Teams (RRT) opgericht. Hierop werden DSI-eenheden direct inzetbaar, in flexibele teams, vanuit meerdere locaties in Nederland. Ook kreeg de DSI structureel extra budget om uit te breiden. In 2015 €14,4 miljoen, in 2017 €10 miljoen, in 2018 €18 miljoen en vanaf 2019 €22 miljoen.Brief doorontwikkeling DSI en besteding intensiveringsgelden, Ministerie van Justitie en Veiligheid, 27 maart 2018

Begin 2018 werd bekend dat er een tegenvallende instroom van personeel was. Hierdoor duurde de uitbreiding van de formatie, ondanks voldoende budgettaire middelen, langer dan verwacht bij de DSI en bleef de roosterdruk groot.Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Defensie, kamerstuk nr. 441, 26 maart 2018

Operaties Het grootste deel van de inzetten van de DSI wordt niet openbaar gemaakt — desondanks krijgen sommige DSI-operaties grote publieke aandacht door vermeldingen in de media of het publieke karakter van een inzet. Enkele benoemenswaardige operaties van de DSI: De aanhouding van twaalf Somalische terreurverdachten in Rotterdam op 24 december 2010.Twaalf Somalische terreurverdachten opgepakt in Rotterdam, NRC Handelsblad, 25 oktober 2010 De aanhouding van de Frans-Algerijnse terreurverdachte Anis B. in Rotterdam op 27 maart 2016.Terrorismeverdachte aangehouden in Rotterdam op Frans verzoek, NRC Handelsblad, 27 maart 2016 De aanhouding van een verdachte bij de beëindiging van een gijzeling van twee handhavingsambtenaren in Arnhem op 3 mei 2017.Politie beëindigt mogelijke gijzelingsactie Arnhem, NRC Handelsblad, 3 mei 2017 De achtervolging van meerdere verdachten naar aanleiding van een ontsnappingspoging uit de penitentiaire inrichting in Roermond op 11 oktober 2017. Bij deze ontsnappingspoging probeerde de Amsterdamse topcrimineel Benaouf A. met behulp van een helikopter te ontsnappen. Bij een achtervolging volgend op deze ontsnappingspoging werd de uit Frankrijk afkomstige Jaouad Aaros door een AT van de DSI doodgeschoten.Arrestatieteam schoot zeventien keer op helikopterkapers, AT5, 11 september 2018 De aanhouding van verdachte Malek F. na het steekincident in Den Haag op 5 mei 2018.’Ik zorg dat je thuiskomt’, De Telegraaf, 23 juli 2018 De aanhouding van zeven terreurverdachten in Arnhem en Weert op 27 september 2018.Aanhoudingen voor plannen 'grote aanslag in Nederland', NRC Handelsblad, 27 september 2018 De aanhouding van vier terreurverdachten in Rotterdam op 29 december 2018.Vier terreurverdachten opgepakt in Rotterdam, één in Mainz, NOS, 29 december 2018 De aanhouding van twee terreurverdachten (één Iraniër en één Nederlandse staatsburger) in Zoetermeer en Den Haag. De verdachten zouden eind 2019 een aanslag hebben willen plegen met bomvesten en een of meer autobommen.Mannen uit Zoetermeer aangehouden voor beramen aanslag met bomvesten, NOS, 26 november 2019 De klopjacht op en aanhouding van verdachte Gökmen Tanis na de aanslag in Utrecht op 18 maart 2019.Verdachte schietpartij opgepakt, Algemeen Dagblad, 18 maart 2019 In het kader van een strafrechtelijk onderzoek voerde de DSI in juni 2020 een inval bij een loods in Wouwse Plantage uit. In de loods trof de DSI zeven zeecontainers aan, waarvan er zes waren ingericht als gevangeniscel. Een zevende zeecontainer noemden de verdachten de 'behandelkamer', bedoeld om mensen te martelen. De Landelijke Eenheid van de politie gaf beelden vrij van de inval die wereldwijd het nieuws haalden.