thumb|De Nederlandse V.O.C.-vestiging in Hoegly (Bengalen) (Hendrik van Schuylenburgh, 1665).
Jacob Andries van Braam (Chin-Surah, Bengalen, 26 januari 1771 – Batavia, 12 mei 1820) was een Nederlandse koopman in dienst van de VOC en vanaf 1800 bestuurder en lid van de Raad van Indië in Nederlands-Indië.
Jeugd Hij was telg van het geslacht Van Braam en een zoon van vice-admiraal van Holland en West-Friesland Jacob Pieter van Braam (1737-1803) en Ursula Martha Feith (1751-1780). Toen Jacob Andries werd geboren was zijn vader equipagemeester in de VOC-factorij Chinsura (ook wel Hooghly genoemd) in Bengalen, en was verantwoordelijk voor de uitrusting van de factorij. Hij was in 1764 in Batavia met zijn moeder Ursula getrouwd. Zij was in Cochin geboren, waar haar vader voor de VOC werkte. Jacob Pieter keerde met zijn gezin in 1776 via Batavia terug naar de Republiek met het schip de Jonge Lieve. Jacob Andries trad op 25 november 1788 in dienst van de VOC als 'Boekhouder ten dienst van de Chinasen Handel' en reisde met de Christoffel Columbus naar Batavia, waar het schip op 25 juli 1789 aankwam. Van daar werd hij in de handelspost in Kanton geplaatst. Zijn oom Andreas van Braam Houckgeest was daar vanaf 1790 directeur. In januari 1792 keerde hij weer terug met de Blitterswijk, die op 10 juli bij fort Rammekens arriveerde. Op 15 januari 1793 ging hij nogmaals in dezelfde functie naar China, weer met de Christoffel Columbus, die op 16 augustus in Batavia aankwam.
De ambassade naar Peking In Kanton vatte hij zijn baan als boekhouder weer op. In 1794 nam hij deel aan het gezantschap van Isaac Titsingh en zijn oom Andreas naar Peking, om de Mantsjoekeizer Qianlong namens de VOC geluk te wensen met zijn 60-jarig jubileum. Zijn oom had hem graag als Titsinghs secretaris gezien maar Titsingh wilde geen tweede Van Braam zo dicht op zijn zaken hebben, dus ging hij mee als gezelschap en assistent. Secretaris werd een andere jongeling: Reynier Dozy, jongere broer van de opperkoopman Roelof Dozy.Titsingh: 'Bij mijn komst solliciteerde De Heer Van Braam zijn neef tot Secretaris der Ambassade te verkiesen, dit gaf mij veel bedenking, en daar ik verkoos in mijne handelingen en schrijven vrij te zijn sloeg ik het glad af; ik heb hem egter het genoege niet willen wijgeren hem tot geselschap meede te neemen, wijl mijn suite vrij gering is, en de Chineesen veel op uijterlijkheeden gesteld zijn'. Frank Lequin (2005), Isaac Titsingh in China (1794-1796), . Het werd een tamelijk barre tocht door een winters landschap, maar op 12 januari 1795 ontmoette Jacob in het gevolg van Titsingh en zijn oom de keizer in zijn paleis, en schaatsten hij en Reynier met een groep Chinezen op de bevroren vijver van de paleistuin. Op de 19e ontmoette Jacob de keizer nog een keer toen hij met zijn oom meeging als vervanger van de zieke Titsingh. Ze kregen daarna een unieke rondleiding door de privévertrekken van het paleis. Het viel hen op dat de aan de buitenkant schitterende gebouwen van binnen vaak kleine, armoedig kamers hadden. miniatuur|Keizer Qianlong in 1793. Het gezantschap was een succes. Andreas van Braam schreef later dat de keizer vond dat de gezanten 'honderdmaal beter zijn dan de Engelsen', hoewel hij zich wel afvroeg 'wat dergelijke flatteuse louanges meer inhouden!'. Er kon aan de ambassade echter geen gevolg worden gegeven want na terugkomst in Kanton bleek het Franse revolutionaire leger de Republiek bezet te hebben en hadden de Britten op veel plekken in Azië VOC-vestigingen overgenomen met een beroep op de Brieven van Kew, om te voorkomen dat de Fransen zich er meester van zouden maken. De handel van de VOC stortte toen in. Ook het kantoor in Kanton kwam in financiële problemen en er viel weinig meer te doen. Eind 1799 werd de VOC failliet verklaard, en op 1 januari 1800 gingen alle VOC-werknemers over in dienst van de staat: de nieuwe Bataafse Republiek. Van Braam vertrok toen naar Batavia. Daar werd hij sjahbandar en licentmeester, en een paar jaar later ook commandant van het 'korps pennisten'.Klerken en schrijvers, oftewel administratief medewerkers, die in tijden van oorlog onder de wapenen werden geroepen. Vergelijkbaar met de schutterij in de Republiek. Op 20 april 1800 trouwde hij met Ambrosina Wilhelmina van Rijck, in 1785 geboren in Pasoeroean; ze kregen 4 kinderen.
Bestuurswisselingen in Batavia Daendels In 1806 verving Napoleon de Bataafse Republiek door het Koninkrijk Holland, met zijn broer Lodewijk als koning. Omdat Napoleon wilde voorkomen dat ook Nederlands-Indië in handen van de Britten zou vallen werd de 'ijzeren maarschalk' Herman Willem Daendels als gouverneur-generaal aangesteld, met admiraal Arnold Adriaan Buyskes als tweede man. In 1808 verscheen hij in Batavia. Hij nam velerlei militaire maatregelen en voerde hervormingen door gericht op vervanging van het VOC-bestuur, dat gebaseerd was op diplomatieke relaties die onderhouden werden door vertegenwoordigers (residenten) bij de inheemse regenten (de bupati's). In plaats daarvan kwam er een efficiënter, gecentraliseerd bestuur. De voormalige VOC-gebieden werden naar Frans model opgedeeld in negen prefecturen, bestuurd door prefecten, later toch weer residenten genoemd, die direct onder de gouverneur-generaal vielen. De regenten verloren hun feodale status en werden ambtenaren. Van Braam werd door Daendels benoemd tot resident aan het hof van soenan Pakoeboewono IV van Soerakarta. In 1810 ondernam hij van daar een missie naar Djokjakarta in een poging de conflicten tussen de beide zogeheten vorstenlanden op te lossen, wat niet goed lukte. Uiteindelijk trok Daendels met 3000 man naar Djokja en dwong de sultan, Hamengkoeboewono II, tot aftreden ten gunste van zijn oudste zoon. Het optreden van Daendels zette kwaad bloed bij beide vorsten, wat in 1825 zou blijken bij het uitbreken van de Java oorlog. miniatuur|Het huis op Rijswijk dat Van Braam liet bouwen. Schilderij van ca. 1840. In 1809 benoemde Daendels Van Braam tot president van de Raad van Indië, als opvolger van de uit onvrede vertrokken Buyskes. Deze raad had niet meer de status die hij onder de VOC had, toen hij als Hoge Regering bekend stond. Hij was door Daendels op instructie van Lodewijk Napoleon gedegradeerd tot een adviesorgaan van de gouverneur-generaal. Daendels wees Van Braam ook aan als zijn ad interim opvolger indien hij mocht komen te overlijden. Ondanks dat Daendels meestal zijn best deed om de oude Indische VOC-elite weg te krijgen konden hij en Van Braam het goed met elkaar vinden. Daendels dochter Petronella trouwde in 1812 in Parijs met Van Braams jongere broer Willem Charles.Willem Charles van Braam (Hougly, 25 september 1773 – Hattem, 22 januari 1847) was adelborst op de reis van de Militaire Commissie naar Oost-Indië van 1789-1793. Volgens commandant Jan Olphert Vaillant 'zal de ionge v. Braam exact de vader worden, vol verstand'. Terug in Nederland koos hij in de Bataafse Republiek voor een bestuurlijke loopbaan. Van Braam liet in deze jaren een riant huis bouwen in Rijswijk, aan de noordzijde van het Koningsplein, zoals enkele jaren later werd geoordeeld 'bijzonderlijk voor een Gouverneur-Generaal geschikt' Daendels en Van Braam werden er later beide van beschuldigd zich verrijkt te hebben.Hen werd bijvoorbeeld verweten veel geld verdiend te hebben met de uitgifte van het zogenoemde Probolingopapier, het onder Daendels bij gebrek aan muntgeld uitgegeven papiergeld met als onderpand de opbrengst van de verkoop van het regentschap Probolingo (Soerabaja) voor een miljoen rijksdaalders zilvergeld aan de Kapitein-Chinees Han Ti Ko. Han Ti Ko mocht het bedrag in tien jaar afbetalen. Intussen werd voor het bedrag alvast papiergeld uitgegeven. De koers daarvan daalde later door gebrek aan vertrouwen tot nog maar 40 procent van het zilvergeld. Na zijn overlijden werd het huis in 1821 aangekocht door het gouvernement en fungeerde het als paleis van de gouverneur-generaal. Het werd toen Paleis Rijswijk genoemd. In 1848 werd de bouwvallige bovenverdieping vervangen en kreeg het bijgebouwen en een zuilengalerij. Sinds de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië eind 1949 wordt het Istana Negara (Staatspaleis) genoemd.
Raffles miniatuur|Het huidige Istana Negara aan Jalan Veteran (vroeger Rijswijk). In 1810 werd het Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd. Napoleon riep Daendels terug. Zijn vervanger Jan Willem Janssens nam in mei het gezag over. Van Braams benoeming als president van de Raad van Indië werd toen ingetrokken en hij werd weer resident in Soerakarta. De Britten, die in 1801 al plannen hadden om Java over te nemen maar toen prioriteit gaven aan het verjagen van Napoleon uit Egypte, verschenen in augustus 1811 alsnog met een invasievloot van 100 schepen en 12000 man landingstroepen onder Lord Minto voor Batavia, dat zonder veel moeite werd ingenomen. In enkele maanden hadden de Britten Java onder controle. Op 17 september tekende Janssens de capitulatie. Thomas Raffles werd luitenant-gouverneur. Hij voerde de centralisatie verder door en begon een economische reorganisatie naar het voorbeeld van het Britse bestuur in Bengalen, dat gebaseerd was op algemene belastingheffing op basis van vrije verbouw van boeren (het landrentestelsel) in plaats van op leveranties van gevraagde producten voor de internationale markt. De macht van de regenten werd nog verder ingeperkt. In juni 1812 werd de kraton van Djokjakarta door Britse troepen bestormd en geplunderd. De op de troon teruggekeerde Hamengkoeboewono II werd weer vervangen door zijn zoon en nu naar Penang verbannen.
Op 11 november 1811 moest Van Braam zijn positie van resident van Soerakarta overdragen aan de Brit Alexander Adams. Hij hield zich daarna bezig met handel, sommigen zeiden smokkel, en vertrok naar Londen om door hem en anderen geleden financiële schade vergoed te krijgen, maar zonder veel succes.Onder Daendels en Raffles had Nederlands-Indië flink verlies geleden. Van Braam en anderen waren veel geld kwijt geraakt toen zij van Daendels geld aan het gouvernement hadden moeten lenen met allerlei producten als onderpand, die vervolgens door de Britten geroofd waren als oorlogsbuit. In februari 1814 was hij weer in Batavia, waar hij in maart een bal gaf in zijn huis te Rijswijk. Raffles was inmiddels zijn buurman. Hij had in 1811 als zijn privéwoning het huis ernaast gekocht, het latere Hotel der Nederlanden. In oktober 1815 vertrok Van Braam weer naar Londen.
Van der Capellen