thumb|Grenzen van Suriname met Brazilië, Guyana en Frans-Guyana. thumb|De Corantijn met zijrivieren, vanuit Surinaams perspectief De grenzen van Suriname zijn sinds lange tijd het onderwerp van grensgeschillen tussen Suriname en zijn buurlanden Frans-Guyana en Guyana. Alleen de grens met Brazilië is sinds 1906 onbetwist.
Oostgrens Gedurende de laatste helft van de 17de en een groot deel van de 18de eeuw gold, voor zover men aan de zaak aandacht schonk, de Sinamarie als de oostelijke grens van Suriname. In verband met de giftbrief van Karel II van Engeland aan Sir Francis Willoughby,te vinden bij Hartsinck, deel II stond het in elk geval vast, dat de nederzettingen zich uitstrekten tot over de rechteroever van de Marowijne. Van Nederlandse kant heeft men evenwel stilzwijgend toegelaten dat reeds kort na het midden van de 18de eeuw de Fransen aan de rechteroever van de Marowijne een militaire post vestigden en zo werd langzamerhand van beide zijden deze rivier als de grens beschouwd. In de enige bekende officiële omschrijving van het grondgebied van de kolonie wordt dan ook de Marowijne als oostelijke grens genoemd.te vinden in de Memorie van Toelichting van het wetsontwerp tot vaststelling van het reglement op het beleid der regeering in de kolonie Suriname, gedagteekend 4 April 1864 (zitting Tweede Kamer 1863-1864. CXIX) In 1860 was van Franse zijde de vraag geopperd of de Lawa dan wel de Tapanahony als de hoofdrivier was te beschouwen. Een Frans-Nederlandse commissie nam in 1861 de beide rivieren op en kwam tot het besluit dat de Lawa de hoofdrivier was. Daarbij bleef het, totdat in 1885 in het gebied tussen de beide genoemde rivieren goud ontdekt werd. Zoals te verwachten was ontstond toen een grensgeschil.Wat van 1885-1888 op en om het terrein in geschil is voorgevallen vindt men uitvoerig beschreven in J.A. Polaks Historisch overzicht van de goudindustrie in Suriname, 's-Gravenhage 1908, blz. 38, vlg. Om aan het geschil een einde te maken sloten de beide mogendheden op 29 november 1888 een overeenkomst, waarbij bepaald werd dat het geschil aan de uitspraak van een scheidsrechter zou worden onderworpen.Zie Stbl. 1889 no. 104 en 1890 no. 105 en G.B. 1889 no. 7 en 1890 no. 18 Deze scheidsrechter, tsaar Alexander III van Rusland, besliste dat de Lawa als de grensrivier moest worden beschouwd, dus in het voordeel van Suriname.
De uitspraak luidt vertaald:
Nu was vastgesteld dat de Lawa de hoofdrivier is, begon de discussie over de vraag of de Itani dan wel de Marowijnekreek de voortzetting van de Lawa is. Dit grensgeschil is tot op heden nog niet opgelost.
Op 30 september 1915 werd een nader verdrag over de grens met Frankrijk ondertekend.Suriname, De grens van Suriname, 21 december 1915 Op 15 maart 2021 is dit verdrag aangevuld met een protocol, dat de grens tot aan het eiland Antecume Pata vaststelt.Protocol tussen de Republiek Suriname en de Franse Republiek met het oog op de Regeling van de Grens tussen Suriname en Frans-Guyana over de Marowijne en Lawarivier bij het Verdrag getekend in Parijs op 30 september 1915 tot het vaststellen van de Grens in een deel van de Grensrivier. Gearchiveerd op 27 december 2022. Over het geschil over de vraag of de Itani dan wel de Marowijnekreek de voortzetting van de Lawa is volgen nog nadere onderhandelingen.
Westelijke grens miniatuur|18e-eeuwse grens tussen Berbice en Suriname door de Duivelskreek De westelijke grens van Suriname werd vroeger aangeduid met een paal, halverwege tussen de Corantijn en de Berbice geplaatst, op basis van een overeenkomst tussen Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck en Abraham van Peere. Later werd als grensscheiding een lijn aangehouden die "zuid ten westen" door de mond liep van de DuivelskreekZie kaart Westelijk gedeelte der kolonie Suriname (1835) in het tegenwoordige Berbice. In 1799 sloten de gouverneurs De Friderici van Suriname en Van Batenburg van Berbice — beide koloniën waren toen in Britse handen — een overeenkomst waarbij het land ten westen van de Corantijn aan Berbice werd afgestaan en de Corantijn de grens werd, op voorwaarde dat de eilanden in de rivier en de post Oreala op de westoever tot Suriname bleven behoren. De gehele Corantijnrivier bleef dus onder Suriname vallen.Zie de overeenkomst in De Grenzen van Nederlandsch Guiana door Dr. H.D. Benjamins, T.A.G. Dec. 1898. Bij de Vrede van Amiens in 1802 werden Suriname, Berbice, Demerary en Essequebo aan Nederland teruggegeven, maar zij bleven niet lang onder Nederlands bestuur. In september 1803 gingen Berbice, Demerary en Essequebo weer in Britse handen over, en zijn ze nooit meer van Nederland geweest; Suriname werd in april 1804 bij verdrag aan de Britten overgegeven en bleef tot 1816 in hun handen. Bij het Verdrag van Londen gesloten op 13 augustus 1814, bekrachtigd door de Vrede van Parijs van 20 november 1815, werd Suriname aan Nederland teruggegeven zoals het was op 1 januari 1803; met de Corantijn als westelijke grens. Gesprekken over een vaste oeververbinding tussen Guyana en Suriname in 2020 maakten de grenskwestie weer aktueel.Dagblad Suriname, 24 oktober 2020. Gearchiveerd op 15 augustus 2022.
Tigri-gebied
thumb|300px|De grenzen van Brits Guiana na de expeditie van Schomburgk op een kaart uit 1896, de Nieuwe Rivier is hier ook al ingetekend. De grens met Suriname langs de Coeroeni wordt hier nog als onbetwist aangegeven. thumb|300px| W.L. Loth - Kaart van Suriname (1899) - Blad B, met westelijke grens van de Kutari-Coeroenie tot de New River "in concessie afgestaan." Van de bovenloop van de rivier wist men echter in de negentiende eeuw niets meer. De resultaten van de expeditie in 1720 door Salomon Herman Sanders in opdracht van gouverneur Jan Coutier waren in de vergetelheid geraakt.Grensgeschillen in de Guianas, Geografie, Salomon Kroonenberg, januari 2016. Gearchiveerd op 19 februari 2023. In 1843 ondernam Robert Schomburgk, op last van de Britse regering, een verkenningstocht vanuit Brits Guiana, waarbij hij via Brazilië van het brongebied uit de Koetari en Coeroeni afvoer en daarna de gehele Corantijn tot aan haar monding. Hoewel hier van een objectief onderzoek geen sprake was, hield men de opneming van Schomburgk en de door hem vervaardigde kaartKarte von Britisch - Guyana nebst dem Quelllande des Prima (Rio Branco und Orinoco. Vornehmlich nach den in den Jahren 1835-44 veranstalteten in Colonial-Office zu London befindliche Aufnahmen des Sir Robert H. Schomburgk, Berlin, 1846. voor juist. Waar de Coeroenie in de Corantijn uitmondt, bevindt zich een rivierdelta die ongeveer 17 kilometer lang en 10 kilometer breed is, waar ook de Nieuwe Rivier via vele vertakkingen in uitmondt. Schomburgk hield tijdens de expeditie de oostelijke oever aan en besefte niet dat de vele uitmondingen aan de zuidwestkant één zijrivier vormden. De westelijke kant van het gebied bleef lange tijd ongekarteerd. Dit duurde tot 1871, toen Charles Barrington Brown de rivier opnieuw onderzocht en ontdekte dat de zuidwestelijke delta samen één rivier vormde die volgens zijn opmetingen zonder twijfel de voortzetting van de Corantijn is. Deze rivier kreeg de naam New River (Nieuwe Rivier), aangezien de rivier pas veel later was ontdekt. Van dat ogenblik af bestond er discussie omtrent de westelijke grens van de kolonie Suriname. De New River of Boven-Corantijn, zoals deze sinds 1965 in Suriname wordt genoemd, is aanmerkelijk breder en langer en heeft een hoger debiet dan de oostelijke rivier de Coeroenie.Grenzen en Grenskwesties in: Bruijning, C.F.A. en J. Voorhoeve (red.) Encyclopedie van Suriname. Amsterdam en Brussel 1977 blz. 255-259
Op 4 oktober 1899 deed een tribunaal van vijf internationale rechters in Parijs uitspraak in het grensgeschil tussen Venezuela en Brits Guiana en liet zich, buiten zijn bevoegdheid, incidenteel uit over de vraag of de Koetari-Koeroeni dan wel de Nieuwe Rivier de grens was tussen Brits Guiana en Suriname. De Nederlandse regering deelde daarop aan de Britse mee zich niet gebonden te achten aan deze incidentele uitspraak.
In 1936 werd een gemengde commissie ingesteld om de grens tussen Brits Guiana en Suriname vast te stellen. De commissie stelde dat Nederland soevereiniteit bezat over de gehele breedte van de Corantijn, maar kende het Tigri-gebied toe aan het Verenigd Koninkrijk. Het verdrag dat de bevindingen van de gemengde commissie rechtsgeldig moest maken werd door de aanvang van de Tweede Wereldoorlog echter niet geratificeerd.Donovan (2003), p. 58 Eveneens in 1936 ondertekende de Nederlandse vertegenwoordiger Conrad Carel Käyser, aangesteld om de grens tussen Suriname en Brazilië te bepalen, samen met Britse en Braziliaanse vertegenwoordigers een kaart met het drielandenpunt op de plaats van de Koetarigrens.Donovan (2003), p. 56-57
Toen in 1961 opnieuw onderhandelingen werden opgestart weigerde Nederland zich neer te leggen bij Britse positie, die was gebaseerd op de bevindingen van de gemengde commissie van 1936, en bracht daarentegen het tegenvoorstel ter tafel waarin de Corantijn via het talwegprincipe werd verdeeld, maar waarbij het Tigri-gebied bij Suriname werd ingedeeld, en dus overeenkomstig normale internationale grenzen. Deze positie over de soevereiniteit over de Corantijn is na de onafhankelijkheid nooit herhaald door de Surinaamse overheid en vormt de basis voor Guyanese claims op een deel van de rivier.Donovan (2003), p. 60
In 1969 dreigde het conflict uit de hand te lopen toen op 19 augustus grensgevechten oplaaiden tussen Guyaanse troepen en Surinaamse milities in Kamp Tigri, en het Tigrigebied door het Guyanese leger werd bezet.Donovan (2003), p. 62 In 1971 hebben Surinaams premier Jules Sedney en zijn Guyanese ambtsgenoot Forbes Burnham vergeefse onderhandelingen gevoerd in Trinidad. Ze kwamen overeen dat het gebied gedemilitariseerd zou worden, maar die afspraak is Guyana niet nagekomen.Dagblad Suriname, Prominenten mengen zich in kaartenoorlog tussen Surinamers en Guyanezen op social media, 18 november 2023
Op verzoek van premier Henck Arron bevestigde premier Joop den Uyl op 25 november 1975 de westgrens van Suriname als volgt:Brief den Uyl 25 november 1975 (dagbladdewest.com 9 november 2020) . Gearchiveerd op 8 december 2021.
Zeegrens miniatuur|In geel de grens van de exclusieve economische zone met aardolievelden in Suriname en Guyana Lange tijd bestond er ook onenigheid over de zeegrens tussen Guyana en Suriname. De grenskwestie dreigde uit de hand te lopen toen de Surinaamse marine op 6 mei 2000, na herhaalde schriftelijke waarschuwingen, Guyanese olieboorders van het Canadese bedrijf CGX Energy Inc. verwijderde uit het betwiste gebied. Dit dispuut werd uiteindelijk op 17 september 2007 gearbitreerd door een tribunaal van vijf personen dat geformeerd was op basis van Annex VII van het VN-zeerechtverdrag. Wikisource: Annex VIIPermanent Hof van Arbitrage - Guyana/Suriname Geen van beide partijen kreeg zijn zin, aangezien het tribunaal beide claims afwees en een eigen lijn trok. Het tribunaal bevestigde wel de soevereiniteit van Suriname over de gehele Corantijnrivier.Nickerie.net - Beslissing van het Internationaal ZeerechttribunaalUitspraak van het tribunaal De door Guyana afgegeven en door Suriname betwiste 'CGX-concessie' voor oliewinning kwam door de nieuwe grensbepaling in het zeeterritorium van Guyana te liggen.Zie kaart van CGX-concessies.
Zuidelijke grens
De zuidelijke grens wordt - volgens het op 5 mei 1906 te Rio de Janeiro tussen Nederland en Brazilië gesloten Verdrag tot regeling der grens tusschen Suriname en Brazilië, goedgekeurd bij de wet van 11 juli 1908,Zie Stb. 1908 no. 220, 1909 no. 423 en G.B. 1909 no. 31 gevormd "door de lijn der waterscheiding tusschen het stroomgebied der Amazone, in het Zuiden, en de bekkens der waterstroomen, die zich noordwaarts in den Atlantischen Oceaan uitstorten".
Categorie:Grenzen van het Koninkrijk der Nederlanden Categorie:Frans-Surinaamse betrekkingen Categorie:Guyaans-Surinaamse betrekkingen